Blozend bleekroze rosé – het oog drinkt mee

Bijna de helft van de roséwijnen wordt vandaag de dag in een bleekroze kleur op de markt gebracht. ‘Hoe lichter, hoe beter’ is het motto dat de bezwaren van de liefhebbers van robuustere rosés overstemt. Wat is het geheim achter het succes van de blush?

Rosé wordt gemaakt van blauwe druiven, waarbij het kleurloze sap en de schillen van de gekneusde druiven voor korte tijd met elkaar in contact blijven. Hoe korter het schilcontact, hoe lichter de kleur.

Ooit was de kleur van rosé – van oorsprong een Frans wijntype – van geen belang. Lange tijd was het in feite niet meer dan een bijproduct; als het nodig was, liet de wijnboer de gekneusde druiven in de vergistingstank aan het begin van het maken van rode wijn ‘bloeden’ (saignée). Dit lichtgekleurde sap werd afgetapt om zo de rode wijn meer kleur en smaak te geven.

Provence-stijl

Tot een jaar of tien geleden was elke roze tint goed genoeg, maar vandaag de dag is de ‘juiste’ kleur de beste garantie voor het verkoopsucces van een roséwijn.

Niet alleen kleur, ook tannine en de meeste smaakstoffen komen uit de schil van de blauwe druif. Dit betekent dat een licht roze getinte rosé zacht en subtiel van smaak is. Rosé wordt gemaakt van alle mogelijke blauwe druivenrassen; de zogenoemde Provence-stijl rosé is meestal een blend van meerdere druiven. Soms wordt ook wat sap van witte druiven mee vergist. Voor de smaak, de zuurgraad en ook voor de kleur kan het geen kwaad. Want hoe lichter, hoe beter, lijkt vooral het motto.

De onweerstaanbare aantrekkingskracht van die subtiele, verleidelijke blush is fascinerend, door de talloze tinten en subtiele kleurschakeringen: denk aan baksteen, marmer, koper, uienschil, zalm, perzik, rozenblaadjes.

Niet voor niets laat de fles daar zoveel mogelijk van zien. Rosé pronkt trots in sierlijke, kraakheldere flessen, liefst zonder of anders met kleine, doorschijnend witte etiketten, met versiersels in reliëf of de merknaam in gracieuze witte letters rechtstreeks op het glas. Ook de pretentieuze rosémerken uit de Provence van Hollywoodsterren en andere celebrities illustreren het belang van het uiterlijk van deze populaire stijl rosé. 

Meer kleur, meer kracht

Als reactie op bovengenoemde ontwikkelingen neemt ook de kritiek toe, en daarmee een pleidooi voor robuustere roséwijnen. Terecht, maar ik heb daar tegelijkertijd ook mijn bedenkingen bij. Het mag dan wel zo zijn dat de smaak van een deel van de nu zo trendy roséwijnen nogal eens ondergeschikt lijkt aan de kleur, dat is nog geen reden om de bleekroze baby met het badwater weg te gooien.

Op z’n best zijn bij elke wijn alle kenmerken met elkaar in evenwicht. In de mooiste Provence-stijl rosés gaat een laag volume in kleur, geur en smaak gepaard met een eigen unieke, verfijnde en subtiele schoonheid. Is dat niet juist wat rosé onderscheidt van zijn rode broer en witte zus?

Met bril op smaakt álles veel beter

De op het eerste gezicht misschien overdreven aandacht voor de kleur is niet zo verwonderlijk. Want alle zintuigen bemoeien zich met onze smaak. Zeker het oog drinkt mee. Probeer maar eens geblinddoekt te raden of er rode of witte wijn is ingeschonken. Dat valt niet mee!

Smaakonderzoekers kleurden witte wijn rood met smaakloze kleurstoffen. De testproevers beschreven de smaak van deze wijn heel anders dan die van de originele versie. Hoe belangrijk het uiterlijk is, besefte ik zelf pas goed nadat ik mijn eerste leesbril had aangeschaft. Met bril op smaakt álles veel beter.

Ook de verwachting op basis van eerdere smaakervaringen speelt een grote rol. Er zijn experimenten gedaan met fruit waarvan de kleur was gemanipuleerd. Het bleek bijvoorbeeld dat er minder hersenactiviteit is wanneer iemand een blauwe aardbei proeft, dan wanneer de vertrouwde rode aardbei wordt geconsumeerd. Ook wordt de geur van een rode aardbei sterker waargenomen dan die van een blauwgekleurde.

Smaak zit tussen de oren. Smaak is geen eigenschap van het product van dienst, het is grotendeels onze individuele, eigen ervaring en beleving.

_ _ _

Dit is lekker bij rosé

Als het aan het oog ligt: roze in het glas, roze op het bord. Denk aan gamba’s en toastjes met oranje ‘kaviaar’, tonijnsmeersel en mild gerookte zalm. Of aan een salade met vrolijke kleuren: tomaat, radijs, rode en gele paprika. Ook hapjes en gerechten met verfrissende kruiderij zoals gember en sereh doen het verrassend goed bij rosé.

Serieuze rosés & bewaaradvies

Wilt u de robuustere, volgens de liefhebbers ‘serieuze’ rosés leren kennen? Klassieke regio’s voor rosés met meer gewicht in kleur en smaak zijn onder andere te vinden in de Provence-regio’s Bandol, Bellet en Palette, in Tavel in de zuidelijke Rhône en in de Languedoc. Andere kleurrijke en vollere rosés komen uit onder andere Oostenrijk en Spanje.

Dankzij hun intensiteit en tannine kunnen deze rosés bij het diner concurreren met zowel witte als rode eetwijnen. De beste gaan langer mee dan een of twee jaar, wat niet geldt voor de meeste lichtroze exemplaren. Daarvoor is het het advies: koop oogstjaar 2021 of 2020 en drink ze dit jaar op. Hetzelfde geldt voor goedkope rosés die niet meedoen aan de bleke mode. ‘Bewaarrosés’ zijn in de minderheid.

Dit artikel verscheen in mei 2022 in magazine Arts & Auto