Frisse, aromatische wijn uit Alto Adige

Doordat de appelbomen verhuisden naar het dal omdat ze daar beter gedijen, kwam er ruimte voor wijngaarden op grotere hoogte in de Noord-Italiaanse regio Alto Adige.

Volgens Ronald de Groot van het magazine Perswijn heeft deze min of meer toevallige omstandigheid in de afgelopen jaren een rol gespeeld bij de verbetering van de kwaliteit van de wijnen in Süd-Tirol.

De Groot verzorgde een seminar/proeverij met een achttal wijnen uit de streek voorafgaand aan een proeverij deze week in het Hilton in Amsterdam met 32 producenten uit Alto Adige.

Hoogteverschillen

Dankzij de verhuisde appelboomgaarden kunnen de grote hoogteverschillen in de streek nu beter worden benut, zegt De Groot. Zoals bekend zorgt een groter verschil tussen dag- en nachttemperatuur op hoger gelegen wijngaarden in de wijnbouw voor druiven met betere zuren en meer aromatische kenmerken. Kortom: betere wijn.

“De producenten spelen met de hoogte van de wijngaarden”, vertelde De Groot, die tevens zei dat hij tijdens een bezoek aan de regio ter voorbereiding van het seminar aangenaam was verrast door de stand van zaken in de wijnproductie. De wijnboeren en coöperaties (nog altijd 70% van de 5.300 hectare is in bezit van coöperaties) kiezen de juiste druif voor de juiste hoogte.

Keuze genoeg, want er zijn meer dan twintig druivenrassen toegestaan. Populair zijn onder andere vernatsch, pinot grigio, weissburgunder, lagrein, blauburgunder, sauvignon blanc en müller-thurgau. De ene druif doet het goed op 250 meter hoogte, de andere voelt zich beter thuis op 1.000 meter, waarmee zo ongeveer de range is aangegeven.

Veel hoger dan 1.000 meter is in Europa wijnbouw bijna niet mogelijk. In Italië is alleen het Aosta-dal kandidaat om hiermee te kunnen concurreren. “Maar dat zijn vaak heel kleine percelen die je nauwelijks een wijngaard kunt noemen,” aldus De Groot.

Aromatisch wit en rood

Veruit de meeste wijn wordt gemaakt van één druivenras, waarvan het merendeel wit. Het aandeel rode wijn is in de afgelopen jaren teruggelopen van 80% naar 40%.

Witte druiven doen het over het algemeen misschien wel iets beter in Alto Adige dan de blauwe. Niettemin waren er op de proeverij mooie wijnen te proeven van vernatsch, lagrein en pinot noir (blauburgunder). De eerste twee zijn alleen al interessant omdat ze uniek zijn voor de regio.

Laat ik enkele namen noemen:
. Tiefenbrunner (importeur Vinites) is over de hele range goed (heerlijke Lagrein, fantastische Müller-Thurgau), maar aardig aan de prijs.
. Kellerei St. Michael-Eppan (Werkhoven Wijnen) zit een niveau lager, maar de wijnen zijn dan ook veel betaalbaarder; onder andere mooie Müller-Thurgau, Blauburgunder en rosé van Lagrein.
. Loacker (Eck & Maurick) maakt mooie Lagrein en St. Magdalener Morit (hoofdzakelijk Vernatsch) die wegdrinkt als een stevige rosé.
. Van Girlan (De WijnEngel) is de Pinot Grigio zeer prettig en de Pinot Bianco Cuvée Plattenriegl mijn favoriet.
. De Pinot Blanc Punggl van Peter Zemmer (Sagra dell’Uva) mag er ook zijn.
. Bij de beste behoren verder zonder twijfel Gumphof (prachtige, heerlijk pittige Weissburgunder) en Pfannenstielhof-Pfeifer Johannes (Magdalener, en misschien wel de mooiste Lagrein) – beide van Verkerk Wijnimport.
. Ook heel fraai is Abbazia di Novacella (Anfors), onder andere de Valle Isarco Kerner 2011 is prachtig.

Er zit toekomst in deze bergwijnen. Minder skiën, meer wijn kopen.